H.J.P Fokkenrood

Innovative strategies for
intermittent claudication

towards a stepped care approach and new outcome measures

MENU

Introductie


Introductie

 

Perifeer arterieel vaatlijden (PAV) wordt veroorzaakt door atherosclerose (slagaderverkalking). Het symptomenspectrum van PAV is sterk heterogeen en varieert van ziekte zonder klachten tot weefselversterf (gangreen). Claudicatio intermittens is een veel voorkomend symptoom van PAV en betekent letterlijk 'intermitterend hinken'. Claudicatio treedt op bij het stadium van PAV waarin patiënten pijn hebben bij het lopen die noodzaakt tot stoppen. Waar in rust de zuurstofvoorziening van de beenspieren nog volstaat, kan bij lopen aan de toegenomen zuurstofbehoefte onvoldoende worden voldaan. Na een stuk lopen moeten 'claudicanten' stoppen omdat zij pijn ervaren. Omdat claudicatio niet alleen de actieradius beperkt, maar ook de mens in zijn totale functioneren belemmert, gaan patiënten deze klachten maskeren, bijvoorbeeld door tijdens het gedwongen stilstaan net te doen of een etalage wordt bekeken. In de volksmond wordt bij claudicatio intermittens gesproken van 'etalagebenen'. De veroorzakende atherosclerose komt uiteindelijk bij alle mensen voor maar meer naarmate men ouder wordt. Een aantal factoren versnelt dit proces; roken en een ongezonde leefstijl zijn de grootste boosdoeners. In Nederlands populatieonderzoek onder 55-plussers, werd de prevalentie van PAV geschat op 19,1%.1 Voor de Nederlandse situatie wordt uitgegaan van 800.000 tot een miljoen mensen met PAV. Per jaar komen er 25.000 nieuwe CI patiënten bij.2 Bij patiënten met PAV is de levensverwachting ongeveer tien jaar verkort. Dit wordt met name veroorzaakt door sterfte aan andere hart- en vaatziekten dan perifeer arterieel vaatlijden, allen veroorzaakt door atherosclerose. 3-5 De behandeling van CI rust op twee pijlers. De eerste pijler is cardiovasculair risicomanagement, waarmee alle acties worden bedoeld die het genoemde verhoogde risico op vroegtijdig overlijden of ernstige invaliditeit verkleinen. Dat wil zeggen, leefstijl aanpassingen als stoppen met roken, gezonde(re) voeding, meer bewegen. Maar ook medicamenteuze behandeling zoals met een plaatjesremmer, een cholesterolverlager, bloeddrukverlager(s) en adequate regulatie van eventueel aanwezige diabetes mellitus. De tweede pijler is een symptomatische behandeling gericht op vermindering van de voornaamste klacht, het slechte lopen. Hierbij kan gekozen worden voor een conservatieve of een invasieve behandeling, of voor een combinatie van beiden. Onder conservatieve behandeling (looptherapie) verstaan we alle acties gericht op het toe laten nemen van de loopafstand, de ervaren mobiliteit, de mate van onafhankelijkheid en de aanwezige beïnvloedbare slechte leefstijlfactoren. Onder looptherapie worden verschillende vormen verstaan.6 Bij 'niet-gesuperviseerde' looptherapie wordt de patiënt (passief) gewezen op het feit dat hij meer moet bewegen, soms wordt een folder meegeven. Bij 'gesuperviseerde' looptherapie (GLT) wordt de patiënt meerdere malen per week (actief) begeleid door een getrainde vaatverpleegkundige of fysiotherapeut. Daarnaast bestaat een zo genoemde 'home-based'-variant, waarbij de patiënt zonder direct contact wordt begeleid. Te denken valt dan aan logboeken, telefonisch contact of het gebruik van web-based applicaties (apps of (video)-chats). Invasieve behandelingen zijn onder te verdelen in minimaal invasieve, ook wel endovasculaire procedures (PTA, percutane transluminale angioplasty, 'dotteren' in de volksmond) en conventionele 'open' vaatchirurgische ingrepen.